Tochten in de Ecrins 5 (slot): Overvallen

In deze serie schrijf ik over mijn wandeltochten in de Ecrins.

Het was warm, erg warm.  Ik was naar het oude slaperige dorpje Reallon gereden. De weggetjes waren zo slecht en zo steil dat de bus nauwelijks boven kwam. Ik was vroeg opgestaan, mijn doel was een eind de Pointe de Serre oplopen (2990 meter). Eerder was ik met Bassie vanuit Saint Appolinaire de Aiguilles de Chabriere opgelopen. Een markante stekelige berg die ik voor mezelf ‘de Drakenrug’ had gedoopt en waar ik tijdens het kiten geen genoeg van kreeg om naar te kijken. Vanaf de Drakenrug had ik de gezien dat achter het moderne skistation van Reallon een mooie groene vallei lag met daarboven de hoge Pointe de Serre. Toen al had was het idee in mijn hoofd gekropen om daar te wandelen.

Zodra ik Bassie uit de bus liet begonnen alle honden in het kleine slaperige dorp onheilspellend te blaffen. Met name twee zwarte honden op de veranda van wat op een tot bed en breakfast verbouwde boerderij leek, waren zeer fel. Ik stapte stevig door en Bassie paste zijn standaard strategie toe: “Honden? Ik hoor geen honden”

Even later waren we al een flink stuk gestegen en zat ik uit te rusten op een steen bij de een waterval. Ik zat zo dicht bij dat ik nat werd van de nevel. Bassie scharrelde wat rond in het bassin waar het water van de waterval in terecht kwam. Ik had er wel de hele dag willen blijven zitten. Maar ik zag wandelaars aankomen. Op het laatste moment zag ik dat er ook honden bij waren en snel riep ik Bassie terug. De honden waren aangelijnd en ik lijnde Bassie ook aan. Dat was maar goed ook. Het waren de honden van de veranda. De jonge vrouwen die de honden aan de lijn hadden konden ze niet houden en stonden hard tegen de honden te schreeuwen en aan de lijn te rukken. Dat hielp niet om ze te kalmeren. Snel klauterden Bassie en ik via een omtrekkende beweging terug naar een lagergelegen deel van het wandelpad. Uit de verte riepen de dames verontschuldigingen.

We vervolgden onze tocht en kwamen bij het Fort van Reallon. Dit Fort dat gebouwd was als plek waar de bewoners van Reallon zich terug konden trekken als het dorp werd aangevallen lag op een uitgestrekte alpenweide. De weide is een van de eerste tekenen van menselijke beschaving uit deze streek. Het bestond uit kleine geïrrigeerde akkertjes. Nu was het een grote groene gemeenschappelijke weide voor het vee uit het dorp. Maar het vee was er niet. In plaats daarvan kwamen twee jonge herten spelend ons tegemoet gerend. Het was zo’n mooi gezicht dat zelfs Bassie die eerst onzeker met zijn staart stond te zwaaien ging zitten om naar het schouwspel te kijken. De herten bokten, sprongen en renden, het leek wel of ze tikkertje speelden, waarna ze in het bos aan het rond van de vlakte verdwenen.

Later klommen wij aan dezelfde kant omhoog. En we gingen gestaag omhoog. Ik merkte het zelfs al aan mijn adem. Ik dacht terug aan de honden. En aan de vrouw in de surfshop gisteren, die verteld had dat ze aangevallen was door kuddebewakers en dat terwijl ze – volgens haar relaas – alle gedragsaanwijzingen in acht had genomen. Precies op dat moment zag ik twee zwarte flitsen langs het veel lagergelegen Fort van Reallon de berg op schieten. Wacht? Had ik me dat verbeeld? Ik riep Bassie bij me. Wat moest ik doen? Even dacht ik echt dat we over een paar tellen oog in oog zouden staan met twee bloeddorstige Pyreneese berghonden. Maar toen zag ik ver beneden ons twee wandelaars om de hoek van het Fort komen: de vrouwen die we eerder bij waterval tegen waren gekomen wist ik meteen.

Net toen ik me ontspande viel mijn oog op donkere wolken die uit de richting van de Ubaye over de Pic de Charence begonnen te komen. Op zich waren het schitterende wolken, die veel weg hadden van de USS Enterprise, het ruimteschip van kapitein Spock. Maar het leek verdacht veel op een shelf-cloud, een wolk die ontstaat bij snel verplaatsende en zware onweersbuien. Warme lucht aan de voorkant van de wolk – die zo hoog is als enkele flatgebouwen - stijgt terwijl op grote hoogte in de bui die er achter zit, koude luchtmassa's omlaag storten. Ik ken deze wolk uit het kitesurfen en dan betekent hij wegwezen.  De shelf-cloud wordt vergezeld door zeer zware en plotselinge windstoten van soms 100 tot 150 kilometer per uur. Niet handig met kiten, maar ook niet handig om op de flank van een van de hoogste bergen in de regio te zitten.

Snel begon ik aan de terugtocht. Het was een wedstrijdje tegen de bui. Hij was sneller, maar mijn af te leggen afstand was veel kleiner. In hele korte tijd was ik al bij het fort. Precies daar werd het windstil. Ik wist dat het nu niet lang meer zou duren, dus ik trok een warmtehemd aan en mijn regenpak. De temperatuur zou straks snel dalen en ik zou zeker nat worden. Tegelijkertijd raakte ik niet uitgekeken op de lucht. Het was echt een van de allermooiste films die ik de laatste tijd gezien had. En toen barstte er een complete wolkbreuk uit. Het was alsof we onder de Waterval stonden waar we eerder naar gekeken hadden.

We waren nog maar net in het dorp of een daverende knal echode tussen de huizen die onder het geweld leken te kraken. Zelfs Bassie schrok ervan en stopte heel even zijn start tussen de poten. Ik zei uitgelaten “leuk he Bassie, wat een prachtig onweer” en zong een liedje om hem gerust te stellen. De straten veranderden in bergbeken en mijn schoenen waren doorweekt toen we bij de bus aankwamen. We kropen gezellig naar binnen en ik las een boek en dronk thee. Ik had geen zin om in dit weer die weggetjes weer af te rijden. Bassie lag tevreden op mijn voeten.

 

Adriaan Brouwer