Tochten in de Ecrins 1
In deze serie denk ik terug aan de wandelingen in de Ecrins.
‘Wat krijgen we nou’ hoor ik je al zeggen, op Hoge Poten. ‘Dit klopt helemaal niet’. Verontwaardigd, veroordelend en terechtwijzend. Want iedereen is tegenwoordig tenslotte volledig empowered. En je mag alles zeggen wat je vindt. In Nederland dan toch. Fransen hebben minder snel een mening klaar. ‘Ik zat hier een verhaal te lezen, dat netjes en overzichtelijk was opgebouwd in etappes. Lineair en duidelijk. Van A naar B naar C en nu krijg ik dít’ ‘Hier zit ik helemaal niet op te wachten’.
Ik vond, beste lezer, dat je intelligent genoeg was om al dan niet thematische flash backs en flash forwards te begrijpen. En ik ben ervan overtuigd dat het je lukt om je honger naar het vervolg van de etappes te bedwingen. Te parkeren als het ware, zoals ik de camper parkeerde op de top van de Col du Lautaret na onze overnachting bij de bodywarmer en voordat ik verder ging naar Grenoble om Edwin op te halen. Ik zou met Bassie een mislukte wandeling wandelen. Prachtig maar mislukt.
En dat jij, lezer, dan toch verdwaalt en opgaat in de tochten door de Ecrins en pas later, veel later je zal realiseren dat je ongemerkt weer het verhaal in de structuur van de etappes bent binnengelezen. En je zal je afvragen, ‘waar deed ik nou helemaal zo moeilijk over?’ ‘was al die fuss echt nodig?’ ‘zou een Fransman dat ook zo ervaren hebben?’
Nadat ik Bassie had aangelijnd wandelden we van het bezoekerscentrum van de Col du Lautaret aan de overzijde van het dal de berg op. Ik verwachte mooie uitzichten op de Meije, één van de hoogste bergen in het gebied, in Frankrijk zelfs. Het is een imposante piek en ik verheugde me erop hoe hij majestueus boven ons uit zou torenen. We vonden een mooi pad dat startte vanaf de parkeerplaats waar de bus stond. Voor het gemak ging ik er maar van uit dat honden niet hoefden te worden aangelijnd. We begonnen onze klim. Na een paar uur lopen hadden we nog steeds geen uitzicht op de Meije. Er stond een andere berg voor, die ons het zicht benam. Wel doorkruisten we groene alpenweides en kregen we een mooi zicht over de vallei van de Durance. Daar, daar aan de andere kant hadden we moeten zijn. Langs de rivier lag een wandelpad. Vanaf daar zou er vast ook zicht op de Meije zijn. Terwijl het pad dat wij volgden steeds smaller werd en uiteindelijk helemaal verdween.
Ik weigerde dezelfde weg terug te gaan. Dus traverseerden we door het gras naar een ander pad. Natte voeten bij een beek. . Dat was afgezet met schrikdraad waar ik Bassie met veel moeite onderdoor liet kruipen en zelf overheen klom. Het pad leidde zo te zien naar een weerstation en vanaf daar wellicht terug naar de parkeerplaats. Halverwege stond een bosje, waar Bassie en ik even rustten en water dronken. Ik keek om me heen. We waren in een dal waar helemaal niks was. Kilometers en kilometers van vlakten met stenen en gras. De stilte werd versterkt door de koebellen in de verre verte, een vogel in de blauwe lucht en de achtergrondruis van de kolkende rivier. Tot mijn verbazing hoorde ik opeens ook gedempte stemmen dichterbij komen. Om de hoek van het bosje verschenen enkele nonnen en paters met een groep kinderen. Bepakt en bezakt met slaapzakken en rugzakken. Ze liepen de berg op over het pad, schijnbaar van niks naar nergens. Elk kind groette ons vriendelijk en beleefd, maar niet te luidruchtig. Bassie en ik keken de groep verbaasd na.