Intermezzo 2: 'Routines'
In dit intermezzo blik ik terug op de routines die ik vestigde tijdens mijn sabbatical-achtige reis door Frankrijk. Ik verbleef vrij lang in Embrun op de grens tussen de Haute Provence en de Haute sAlpes
Ik hou er van om routines te hebben. Ook in Embrun heb ik een routine opgebouwd. Zodra ik wakker word springt Bassie op en begint kwispelend door het camperbed te stampen. Ik aai hem, doe de schuifdeur open en zet hem buiten. Hij kan zijn ochtendrondje zelf wel lopen. Er is niemand op de camping. Ik luister even naar zijn gesnuffel en gescharrel in het grind en kijk naar de witte bergtoppen aan de overkant van het meer. De zon schijnt al door de pijnbomen (zeg je dat in het nederlands?). Ik draai me nog eens om. Nee, ik zet muziek aan en draai me nog eens om.
Ik durf het eigenlijk niet te zeggen maar ik heb een absurd goede installatie in de bus ingebouwd met meer dan genoeg vermogen voor de kleine ruimte. De bassen van de luidsprekers klinken vol en rond maar toch strak en snel. Het midden en het hoog is een tikkeltje klinisch, maar dat wordt verzacht door de voorversterker die nog met ouderwetse buizen werkt. De high-end D/A converter zorgt ervoor dat elk detail meekomt vanaf de bron. Het liefst had ik een platenspeler ingebouwd, maar dat kostte te veel ruimte. Misschien als ik ooit nog een keer een grotere bus bouw...
Zo lig ik een tijd van het uitzicht en de muziek te genieten. Dan sta ik op. Ik schuif de keuken uit, zet water op en begin met de handmaler koffiebonen te malen. De gemalen koffie gooi ik in een papieren filter dat ik in het Melita camping koffie setje stop dat ik op zolder bij mijn ouders heb gevonden. Het zou me niet verbazen als mijn vaders ouders dat nog mee hadden naar de camping in Oostvoorne, waar ze vanuit Ridderkerk naar toe fietsten als ze op vakantie gingen. De campingspullen en bagage werd door de vrachtwagen van de scheepswerf waar opa werkte op de camping bezorgd, zodat ze dat niet allemaal op de fiets mee hoefden te nemen. Ik snij fruit, klap een stoel uit en pak een boek. Het boek leg ik naast me of op schoot, maar ik kijk er niet in. Ik eet mijn ontbijt terwijl ik naar de bergen zit te staren. Bassie schrokt zijn brokken snel zonder op of om te kijken.
Dan ruim ik al mijn rommel op en stop het in de bus. Ik rij van de camping af naar het commerciele terrein van Embrun. Dat ligt net aan de andere kant van de rivier de Durance. Het heeft een Mc Donalds, twee hypermarkten, een bouwmarkt, een tuincentrum, een houthandel, een of twee banken en een benzinepomp met goedkope benzine als attractie. Er is een yoga, een heel leger van kano- en raftverhuurders en twee biologische winkels. Alle commercie is gehuisvest in even ongeisoleerde als ongeinspireerde dozen van staal-met-beton.
Een van de twee bakkers bakt ontzettend lekker brood én zet goede koffie. Hij ziet er uit alsof hij advocaat in het segment van fusie en overnames is, met zijn geleerde brilletje, nette broek en overhemd. De oude man voor mij, die 7 stokbroden komt halen (voor elke dag van de week één) met zijn oude pick-up truck die van top tot teen onder de modder zit en waarin zijn border collie geduldig op de bijrijdersstoel zit te wachten, staat er op om de 4 euro die hij schuldig is met cheque te betalen. De bakker pakt een stoel en een pen en laat de man schrijven. De andere klanten wachten wel. Niemand heeft hier haast. “Geld is zo moeilijk te krijgen” spreekt de oude man terwijl hij zich aan zijn schfrijftaak zet. “Hiertegenover zit een bank” grapt de bakker, “probeer het daar eens” “ik weet zeker dat ze het daar hebben”.
Als ik mijn brood voor de lunch heb, rij ik met de bus 100 meter verder naar een picknickplek op het commerciele terrein aan de oever van de Durance. Aan de picknicktafel geniet ik van de heerlijke croissant en de koffie in een kartonnen beker die ik op mijn schoot heb meegenomen van de bakker. Ik kijk naar het langsdonderende water. Een enkele keer heb ik geluk. Er komen dat er kajakkers of rafters langs. Als ze langskomen word ik helemaal hyper van blijdschap. . Bassie scharrelt rond.
Als mijn tweede ontbijt op is, zet ik Bassie op de bijrijdersstoel in de gordel en gaan we op pad de bergen in. Dit is ook een routine, maar de routine is wel dat we steeds naar een anders stuk bergen gaan. Boven Chateauroux, Saint Apollinaire of Reallon aan de zijde van de Ecrins of boven Crots aan de kant van de Haute Provence of juist richting de Maritieme Alpen bij Saint Andre. We maken er een lange wandeling tot een paar uur na lunchtijd.
Dan is het tijd om naar het meer te gaan. Voorzichtig navigeer ik de bus onder de hoogtebeperking door de rivierbedding in, zoveel mogelijk grote stenen en diepe kuilen ontwijkend. Ik zet de bus op het wat vlakkere stuk van de bedding bij de bussen van de andere kiters. Bassie laat ik nog even los rondscharrelen en snuffelen aan de honden van de andere kiters. Dan zet ik hem aan een lange lijn, zijn kussen leg ik buiten. Ik zet een bak met drinkwater voor hem neer en trek mijn wetsuit aan. Ik vouw mijn kite uit, pak mijn board, controleer mijn lijnen en hop daar gaat mijn kite al de lucht in. Op het water verbaas ik me steeds weer hoe licht het kiten hier voelt. De wind is anders, luchtiger, minder zwaar, maar wel snel. Gek om boven mijn kite nog een heel landschap te zien. Huizen, dorpen, koeien, bossen en witte toppen. Het is betoverend.
Na het kiten wandelen Bassie en ik langs de oevers van het meer voordat we naar Embrun gaan. Daar zet ik de bus op het parkeerdek van de school, je mag er anderhalf uur staan en de doorrijhoogte is precies 2m. We eten bij een van de restaurants in de hoofdstraat van Embrun. Ik vind het prettig om in mijn eentje uit eten te gaan. Het geruis van de gsprekken van de mensen aan de tafels om mij heen waar ik niks mee hoef. De aardige obers die hun best doen om het me naar de zin te maken. Bassie op mijn voeten. Ik schrijf en ik lees. En het eten is altijd lekker. Meestal probeer ik ook een lokaal bier uit.
Na het eten rij ik terug naar de camping en zet mijn bus op onze plek. Ik klap het bed uit, ga douchen in de douchecel die ik zelf schoonhoud (er zijn geen andere mensen op de camping), loop nog een rondje met Bassie langs de rivierbedding en ga naar bed. Het is een heerlijke routine.