Intussen op de werkvloer deel 2: 'Weg met de to-do-lijstjes!'

In deze serie schrijf ik over mijn avonturen op de werkvloer. Vandaag deel 2.

Bassie en ik zijn onderweg naar het strand van Paal 8 bij West Terschelling. Het busje schudt behoorlijk heen en weer. Het stormt. Ik luister naar BNR-werkverkenners. BramKalkman legt uit hoe hij zijn agenda meer in overeenstemming bracht met wat hij werkelijk wilde doen.

Op het dashboard prijkt een Goed Voornemen, in de vorm van een plastic doosje gevuld met ‘dental sticks’ (houtjes). Ik had mijn tandarts beloofd elke dag de ruimtes tussen mijn tanden schoon te maken: ‘dagelijks 20 keer op en neer tussen elke tand’.  Ik wist niet zeker of ik dit letterlijk moest nemen. Het kon ook betekenen ‘af en toe’, ‘met enige regelmaat’ of ‘regelmatig’.

Ik besloot het zekere voor het onzekere te nemen. 20 keer op en neer, keer 1 a 2 seconde per beweging, keer 28 interdentale ruimtes (ik heb niet al mijn kiezen meer) plus 2 keer 3 minuten gewoon poetsen: voortaan zou ik een kwartier per dag bezig zijn met ‘tandverzorging’. - Je agenda in overeenstemming brengen met wat je wilt doen. Makkelijker gezegd dan gedaan.

Als kind kon ik hysterisch worden, een totale meltdown krijgen, als ik op een dag nog niet had gedaan wat ik vooraf had bedacht dat ik wilde doen. ‘Het leven leiden dat bij je past’ [zoals zo mooi geformuleerd in het nawoord van het boek “Zondagsleven” van Judith Visser] is namelijk lang niet eenvoudig.

Op advies van Covey heb ik de to-do lijst al jaren geleden helemaal verbannen. Zo’n lijst heeft de neiging om alle klusjes en taken te verzamelen die je zou kunnen doen, zou willen doen of volgens anderen zou moeten doen – zonder rangorde. Het afstrepen van acties op een lijstje is wel lekker, maar te vaak dacht ik na een dag afstrepen ’wat heb ik nou helemaal bereikt vandaag?’.  

Heb ik me eenmaal voorgenomen iets te doen, dan blijft het door mijn hoofd spoken tot het af is. Zeigarnik beschreef in 1927 de neiging van mensen om onvoltooide of onvolledige taken en doelen beter te onthouden dan afgeronde taken en doelen [ik heb dit ontleend aan “Het Grote Autismeboek” van Erik-Jan Harmens]. Het is ook veilig om aan te nemen dat dit ‘mentale ruimte’, oftewel energie, kost. Een goede reden dus om goed na te denken voordat je iets op een to do lijst zet. Vaak is het beter om meteen te besluiten het niet te doen.

Ik werk al langere tijd overwegend met weekdoelen. Die ontstaan meestal in het 2e kwadrant van de Eisenhower matrix (Andere taken die ik – al dan niet volgens de heersende conventies – ook moet doen, komen via een vast systeem op de andere twee dagen terecht). Die weekdoelen kan ik echt aan iedereen aanraden. Ik hou zo meer tijd over om te werken aan dingen die ik belangrijk vind. En om dingen te doen die ik graag doe. Zoals kiten in de storm bij Paal 8 bijvoorbeeld.

Adriaan Brouwer