Tochten in de Ecrins 2: 'Hart van de Ecrins linksaf'

In deze serie denk ik terug aan mijn tochten in de Ecrins

Terwijl ik zoals elke dag van mijn tweede ontbijtje genoot langs de rand van de Durance, gezeten aan de picknicktafel op de picknickplek van het commerciele terrein, ergens tussen de benzinepomp en de hypermarkt, viel mijn oog op een kogelvormige berg aan de overkant van het dal. ‘Hoe zou je daar bovenop komen?’ vroeg ik aan Bassie. Die antwoordde niet, maar voor mij was de vraag voldoende om op onderzoek uit te gaan.

We reden naar Chateauroux: hout, lei, stenen, bloembakken. Een levendig dorpje, met bakker, kletsende mensen op straat, wat restaurants, een voetbalveld en een schooltje. Heel wat faciliteiten dus, naar Franse maatstaven. We reden door het dorpje verder omhoog over akelig steile en smalle weggetjes, die de neiging hadden steeds steiler en smaller te worden, totdat de voorwielen hun grip begonnen te verliezen op het grind. Omdat de bus niet verder meer omhoog wilde, liet ik hem terugrollen en parkeerde hem met twee wielen langs de afgrond op een t-splitsing. Het verkeer dat hier zou komen, paste er wel langs. “Hart van de Ecrins linksaf’ stond er op een handgeschreven bordje. Ik liet mijn plan van de beklimming van de kogelberg voor wat het was en ging op pad naar het Hart van de Ecrins.

We liepen langs een oud kanaal de bergen in. Richting de waterval de Pisse. Dit dal zou een van mijn favorieten worden. Het irrigatiekanaal wordt nog steeds onderhouden door een gemeenscahp van boeren in het dal die baat hebben bij bevloeiing van hun weiden. Het is een oud systeem van muurtjes, stuwen en buizen.

Open ruimten tussen de bomen gaven uitzicht op het lager gelegen dorp. Onwillekeurig denk ik terug aan de vader van Daniel. Die maakte de meest prachtige perspectieftekeningen van berglandschappen. En dat in razend tempo. Ik had hem op de boot naar Terschelling ontmoet, Daniel, en voelde me meteen tot hem aangetrokken - al had ik daar toen op die leeftijd nog net niet helemaal de woorden en de zelfkennis voor.

Net als zijn vader had Daniel een vrij donkere huid, kort krullend haar en vlammende lichtjes in zijn ogen. Ze waren mateloos ondeugend, vader en zoon en ik herinner me ook nog de kuiltjes in hun wangen. Daniel en ik keken mee hoe de bergen en dalen met hun dorpjes vanuit het niets op lege A3 vellen verschenen en dachten mee over waar de stations, boerderijen en kerkjes moesten komen.

Niet alleen de wereld op de A3 vellen, ook de warmte en intimiteit van de familie voelde als een magische andere wereld. Ik was er van overtuigd dat zij tot het reizigersvolk behoorden, het discriminerende “zigeuners“ zei ik toen nog, omdat ik niet beter wist. Later die week zou ik mijn eerste echte zoen beleven toen ik Daniel zijn ‘heb je wel eens gezoend’ met ‘nee’ beantwoordde. Voor hem zal het een ondeugende uitdaging geweest zijn, voor mij was het meer.

In heel Frankrijk, ook in Embrun, zijn er ‘plekken van verwelkoming voor mensen van het reizigersvolk’. Van Noirmoutier tot Angouleme, van Montpellier tot Hossegor. Die plekken hebben faciliteiten zoals electriciteit en sanitair en worden bewegwijzerd vanaf de grote weg.

Het was een warme dag. Hoog boven me lag er sneeuw. Het water denderde van de waterval in de rivier. De waterval was niet groot, maar kwam wel van hoog. Hij veroorzaakte een koude wind. De lucht was verzadigd van waternevel. Ik had kippenvel. Mijn lichaam verbond deze plek met het gevoel van liefde. Later deze reis zou ik met Edwin dezelfde wandeling maken.

Adriaan Brouwer