Etappe 11, Deel 1: 'Man op Komst"
In deze serie schrijf ik over mijn rondreis door Frankrijk tijdens mijn sabbatical. Vandaag: Embrun - Grenoble - Embrun - 435 km, de dagen ben ik kwijt
4 juni 2024
Ik hou wel van een beetje guur weer. Guur weer kan ook leuk zijn. Terwijl de bus staat te schudden in een stofstorm - het stuwmeer staat deels droog, omdat ze veel water uit de bergen verwachten - bereid ik me voor om Edwin van de trein te halen in Grenoble. Want Edwin moet deze plek zien. We moeten dit samen beleven.
Ik rijd over de Col du Lautaret, waar de rivier de Durance zijn oorsprong heeft, naar Grenoble. Niet de kortste weg, wel de mooiste.
Hij gaat door het dal naar Briançon waar ik stop voor koffie. Het zal wel komen omdat ik verliefd ben - tot over mijn oren - maar zelfs Briançon en haar bergbewoners bevallen me zo goed dat ik moeite heb om verder te gaan.
Bij het naderen van Col du Lautaret wordt het landschap ruiger. Het wegdek ook. Het vrachtautootje voor me rijdt een band lek op een ontbrekend stuk asfalt. Tot mijn grote verbazing ligt er nog zo veel sneeuw dat er skiërs naar beneden komen. En tot Bassie's plezier, die meteen rechtop kwispelend op de voorbank zit waar hij lag te slapen en met zijn neus tegen het raam begint te porren ten teken dat we beslist moeten stoppen om in de sneeuw te spelen.
We maken een niet te lange (er is onweer op komst) wandeling die ook nog anders is dan ik wilde en melden ons bij een Gîte in een klein dorpje net boven La Grave. Uit het openstaande raam van het naastgelegen gemeentehuis dat is getooid met knipperende kerstverlichting, EU en pride vlaggen schalt Techno.
Een bodywarmer met daarin een klein mannetje met een maandenlange baard doet de deur open en heet ons hartelijk welkom, eerst Bassie en dan mij. Goed koken kan hij ook. Voor de 11 gasten bereidt hij in het gezellige kelderrestaurant loodzware maar heerlijke bergmaaltijden zoals 'andouillette façon Savoyarde', fondues, gebakken kaas met aardappelen en spek, torenhoge broodjes hamburger en salades die beslist niet caloriearm zijn.
Ik moet zeggen, ik heb ook honger. Van de kou van de berglucht, van het gebulder van de beek in de afgrond naast het dorp en van het touwparcours over een richeltje erlangs dat 'wandeling' heette.
De wandeling die ik oorspronkelijk had willen maken, durfde ik niet aan vanwege de kuddebewakers (niet in de ogen kijken, niet aaien, niet benaderen, niet door de kudde lopen) op de berg. In Hossegor had ik dit ook gezien. Een grote kudde met een collie als drijfhond en een mastief als waakhond ter bescherming tegen wolven en andere veedieven. Maar daar was een herder bij. In deze regio gaan de honden er zelfstandig met de kuddes op uit. Ik vertrouwde het inschattingsvermogen van die honden wel, maar dat van Bassie niet. Meestal is zijn eerste reactie: "Spelen?"
Later zou blijken dat mijn voorzichtigheid terecht was.
Buiten onweert het, binnen pruttelt de kaasfondue. De wijn vloeit uit de tap, Bassie ligt tegen de verwarming. Morgen zie ik Edwin.